Een aantal weken geleden mocht ik met een deel van het
Afrikaanse Freedom Climb team meegaan voor een oefenweekend. Ik dacht
voornamelijk aan fysieke training, maar God had iets anders in gedachten. Al
snel kwam ik erachter dat Hij mij wilde laten oefenen op een heel ander gebied.
We vertrokken op vrijdag voor een meerdaagse tocht naar de
Drakensbergen, een gebied met de hoogste bergen van Zuid-Afrika. We zouden die
dag meteen gaan lopen, maar kwamen door vertraging in het donker aan en
besloten de tent onder aan de berg op te zetten. De volgende morgen vertrokken
we vroeg. Na een kwartiertje lopen kwamen we bij een snelstromende rivier die
we moesten oversteken. Dit zag ik absoluut niet zitten vanwege mijn angst voor
snelstromend water. Ik besloot mij niet te laten kennen en deed mijn schoenen
uit. Na één of twee stappen in het water durfde ik niet meer. Ik was haast
verstijfd van angst. Eén van de gidsen zag dit en pakte mijn hand en nam mij
mee naar de overkant. Het was alsof God zei dat ik Hem moest vertrouwen en Hij
mij door de wilde wateren zou helpen. Niet alleen letterlijk, maar ook in het
leven.
Toen we terugkwamen van de wandeltocht moesten we door
hetzelfde water. Maar nu waren de gidsen niet meer bij ons. Zij waren vast
vooruit gegaan om de auto’s op te halen. Ik besloot absoluut niet over te
steken. Ik vond het onverantwoord en zocht naar allerlei mogelijkheden om op
een andere manier over het water te komen. Wellicht was er ergens een brug. Ik
wilde best een uurtje omlopen. Maar vanuit het team werd besloten dat we het
water zouden overgaan. Nadat we gebeden hadden vonden we een betere plek om
over te steken dan de vorige keer. Twee vrouwen namen mij bij de hand en samen
staken we de rivier over. Ik leerde om mijn angsten niet uit de weg te gaan,
maar om ze aan te pakken. Niet alleen, maar samen met anderen die mij kunnen
helpen.
Dit is niet de enige les die ik heb mogen leren op de berg.
We hadden twee wat oudere teamgenoten. Zij hadden net als ons hun bagage op hun
rug, maar samen met de wandeltocht werd dit te zwaar. In eerste instantie
irriteerde ik mij eraan. Waarom konden ze niet gewoon meekomen? Hadden ze niet
beter thuis kunnen blijven? Maar ja, ze waren nu eenmaal in ons team… Andere
teamleden namen hun last over en meteen waren ze opgelucht en konden meekomen
met de groep. Ik schaamde mij. God liet mij zien dat het vaak zo is in de kerk.
We irriteren ons aan mensen die niet precies mee kunnen komen. Die terugvallen
in oude zonden, die dingen niet begrijpen of misschien depressief zijn en hulp
nodig hebben. Maar als we als kerk verder willen groeien moeten we de lasten
van elkaar dragen en elkaar helpen. Samen mogen we de eindstreep halen. Als één
lid lijdt, dan lijden alle leden mee.
Na zo’n 9 uur wandelen zei de gids dat we bijna bij onze
slaapplek waren. Nog 1,4 km zei hij. Het was mistig en het regende, dus ik zag
uit naar een warme plek. Toen zag ik de kloof die we nog moesten beklimmen en
zag er als een berg tegenop. Maar ik hield vol met de hoop op een warme slaapplek.
Het was glad en er lagen losse stenen dus het was een hele klus om naar boven
te komen. Toen zag ik dat er nog een hele kloof naar beneden was die we ook nog
moesten doen. Het werd al donker en ik vroeg mij af of we ooit nog op onze
slaapplek zouden aankomen. We waren inmiddels al 10 uur aan het wandelen. Ik
kon niet anders dan verder gaan, maar wist absoluut niet of ik de gids nog wel
kon vertrouwen. Gedachten spookten door mijn hoofd: ‘Deze man leidt ons door
deze paden. Weet hij zeker dat we de goede kant opgaan? En hoe lang gaat het nu
werkelijk duren? Deze kloof is levensgevaarlijk…als iemand naar beneden stort,
hoe kunnen we ooit helpen in het donker en in de mist. De stenen zijn glad en
er is geen pad. Waar ben ik aan begonnen?’ De tranen stonden in mijn ogen, maar
ik moest verder. Ik kon niet achterblijven en ik hield mij stevig vast aan de
rosten. Eindelijk kwam er een paadje in zicht. Nu kon het niet ver meer zijn.
Het werd nu echt donker en ik pakte mijn hoofdlamp uit mijn tas. Na een paar minuten
zag ik alleen nog een schaduw voor mij en er liep iemand achter mij. Toen hij
uitgleed en een paar meter naar beneden gleed schreeuwde ik het uit. STOP!! Er
is iemand gevallen. Ik heb hulp nodig. Gelukkig konden we hem omhoog krijgen en
waren we bij onze slaapplek aangekomen. De dag erna zag ik hoe diep de klif was
waar hij gevallen was. Een paar meter meer… Ik moet er niet aan denken. God
heeft ons echt beschermd!!
Eenmaal thuis dacht ik terug aan het laatste uur voor we bij
ons kamp aankwamen. En weer leerde God mij een les. In mijn leven, en wellicht
ook in het jouwe, zie je niet altijd waar je naartoe gaat. Oké, je ziet
misschien een deel van de reis, maar dit kan in een ogenblik veranderen. God
leerde mij dat ik moet vertrouwen op Hem. Hij weet de route. Hij weet waar
gevaren zijn. Hij weet dat we soms niet moeten weten wat er achter de kloof is,
omdat we dan op zouden geven en nooit op onze bestemming zouden komen. Hij wil
net dat we Hem vertrouwen en elke stap zetten in vertrouwen op Hem. Daarnaast
moeten we ons vasthouden aan de Rots, Jezus. Hij zal ons helpen om niet te
vallen.
Tijdens de reis zei ik: ‘This is the craziest thing I’ve
ever done!’ (Dit is het gekste wat ik ooit heb gedaan). Maar dit is ook een
ervaring die ik nooit zal vergeten. Een ervaring met God. En ik zie uit naar de
lessen die ik mag leren op Everest. Ik mag op Hem vertrouwen. Hij zal mij
leiden en met Hem zal ik het maken!!
Bemoedigende woorden uit Psalm 18 (NBV):
32 Wie anders is God dan de HEER,
wie anders een rots dan onze God?
33 De God die mij met kracht omgordt,
leidt mij op een volmaakte weg,
34 hij geeft mij voeten snel als hinden,
doet mij op toppen van bergen staan,
35 oefent mijn handen voor de strijd –
mijn armen spannen de bronzen boog.
36 U was het schild dat mij redde,
uw rechterhand ondersteunde mij,
uw woord maakte mij sterk,
37 u baande de weg voor mijn voeten,
ik wankelde niet.




